Opzet onderzoeksvraag ten tijde van aanmelding studie

Als presentie niet meer toereikend is.
Hoe kunnen we, binnen de zorg, jongvolwassenen die meer dan ooit ervaren dat de maatschappij er niet voor hen is, blijven bereiken?

Probleemstelling
Mensen vinden ergens recht op te hebben. Dit klopt ergens ook maar in de praktijk werkt dit niet zo. Dit frustreert en laat casussen soms vastlopen. Criminaliteit lonkt. Generatie Z en hun afkeer tegen overheden/instanties

Vorig jaar bezocht ik Grondfest, een gratis festival vol activiteiten, lezingen, gesprekken en films rondom het thema democratie. Terugkerend gegeven in de lezingen die ik bezocht, waren burgers die afhaken. Zowel (kunsthistorica en auteur) Eva Rovers als Kristof Jacobs (politicoloog en hoofddocent RU) spraken over het aanwakkeren van meer betrokkenheid bij burgers door burgerberaden en hoe dit ervoor zorgt dat burgers zich weer meer door de politiek gehoord voelen. Josse de Voogd (geograaf en auteur) ging in op de wetenschappelijke cijfers rondom deze ‘afgehaakten’, Tim ‘S Jongers noemde hen onlangs op een symposium overigens ‘weggeduwden’. Een betere term aangezien deze verantwoordelijkheid bij de politiek en maatschappij legt ipv bij de burger. Tot slot vertelde Marian Donner (auteur) over een specifieke groep afgehaakten. Zij had het over mensen die tijdens hun werk in hun auto gaan zitten om ergens een dutje te doen. Niet zozeer uit moeheid, maar als verzet tegen een systeem dat hen continu vraagt harder, beter, sneller en sterker te handelen. Een ander voorbeeld van verzet dat zij noemde, was dat van mensen die enkel het minimale doen van wat er van hen gevraagd wordt. Geen zesjescultuur, maar een 5,5-cultuur. In De Volkskrant, die een dag na mijn bezoek aan Grondfest verscheen, kregen de Hikikomori aandacht. Hikikomori zijn mensen – vaak jongeren – die besluiten niet meer mee te doen in de maatschappij. Het systeem waar de rebellen van Donner zich tegen verzetten, is hetzelfde systeem dat deze Hikikomori vermaalt. De benaming komt van oorsprong uit Japan, maar ook in Nederland en Frankrijk neemt het aantal jongeren dat afhaakt sinds de uitbraak van corona explosief toe. Twintigers die maanden dan wel jaren weigeren hun kamer of huis te verlaten. De dagen achter een scherm en in bed slijtend. Een Japanse onderzoeker doet al sinds de jaren 90 onderzoek naar de ruim half miljoen Hikikomori in zijn land. Volgens hem gaat het om mensen – vaak mannen – die weigeren aan het volwassen leven mee te doen, niet mee willen in de ratrace van banen en huizen. Een artikel, in De Groene Amsterdammer van diezelfde week, leek over een groep jongeren te gaan die haaks tegenover de weggeduwde dan wel teruggetrokkenen staan. Jongeren – wederom vaak mannen – die via crowdfunding investeren in woningen. Net zoals de aanhangers van de FIRE-beweging (Financial Independence Retire Early) gaat het hier om mensen tussen de 18 en 25 jaar die zo snel mogelijk veel geld willen vergaren, zodat zij voor hun dertigste kunnen rentenieren. Waar de afgehaakten van Donner en De Volkskrant besloten het spel in ons neoliberale aandeelhouderskapitalisme niet meer mee te spelen, zijn de gasten uit De Groene en FIRE eropuit om het spel zo snel mogelijk uit te spelen. Beide kanten van eenzelfde munt. Niet hun hele leven willen werken voor de belofte op een gelukkig dan wel succesvol leven. Waar de ene kant helemaal niet meer gelooft dat ‘het systeem’ hen dat kan bieden, denkt de andere kant het af te kunnen dwingen zolang ze maar genoeg geld hebben.

Slim, zullen sommige mensen nu denken. Beter speel je het spel uit en word je rijk in plaats van als een loser op bed te gaan liggen of in je auto te slapen. Zo luidden ook sommige reacties op de lezing van Donner. Een veelgehoorde reactie was dat je juist hard moet werken om het systeem waar je tegen bent te kunnen veranderen, maar dat ging voorbij aan Donners punt. Zij reageerde er later in een column voor De Groene Amsterdammer uitgebreid op:

Wist ik soms niet dat de wereld in brand staat?, vroeg een jongen. ‘Wat we nodig hebben zijn mensen die hun schouders eronder zetten, hun handen uit de mouwen steken, aan bankhangers hebben we helemaal niks!’ (…) Op De Correspondent schreef Rutger Bregman onlangs een stuk waarin hij betoogt dat de lat hoger moet. Nee, je bent niet goed zoals je bent, heette dat stuk. Want er mag wel wat meer ‘morele ambitie’ in, meer wil ‘om de wereld een véél betere plek te maken’ (de nadruk is van mij). En dat doe je door zovéél mogelijk goed te doen voor zovéél mogelijk mensen. (…) Morele ondernemers, schrijft Bregman, zoeken een gat in de markt en geven nooit op, want ‘in hun strijd tegen onrecht (…) zien ze winnen als hun morele plicht’. Kom dus van die bank af, vind je USP, gooi er een SWOT-analyse overheen, en wees een morele winnaar!

We onderschatten gemakkelijk hoeveel mensen gebukt gaan onder de hoogte van de lat. Het ding is, dat ‘the master’s tools will never dismantle the master’s house’. Het ding is dat Rutger Bregman het equivalent schreef van een ondernemingsplan voor de bv Mens. Het is het leven als rekensom met onder de streep winst of verlies. Het is dat hele Effectief Altruïsme dat Bregman prijst, (…) dat suggereert dat er kennelijk ook zoiets als Ineffectief Altruïsme bestaat, als je bijvoorbeeld boodschappen voor je buurman doet, want één leven, of twintig levens, is gewoon niet goed genoeg. Het is de schuld en schaamte die je voortdurend wordt aangepraat omdat je slecht scoort op een of andere grafiek, die het hart vormt van ‘the master’s tools’, oftewel ideologie. ‘Het is óók belangrijk om die ideologie te ontleden en te onderzoeken hoe ze via reclames en films en Bregmans artikelen wordt verspreid’, zei ik tegen de jongen terwijl de zaal langzaam leegliep.

‘Ik denk dat je onderschat’, had ik tegen de jongen willen zeggen, hoeveel mensen gebukt gaan onder de hoogte van de lat. Dat idee dat het altijd beter en meer kan, dat niets ooit goed genoeg is, dat jij niet goed genoeg bent, die eeuwige nadruk op productief en positief en schouders eronder en elk probleem dat erom vraagt opgelost te worden, door jou. Ik had willen zeggen dat er wel wat meer mededogen in mag. Wat meer omzien naar de achterkant van de speedboot waar, in de metafoor van Dirk De Wachter, mensen bij bosjes vanaf vallen. Het is fijn dat er mensen zijn die de kar willen trekken, of de speedboot willen bijsturen, hulde aan hen, maar ik ben op zoek naar de rem. Want je kunt die jongeren op hun kamers wel een schop onder hun kont willen geven, hup naar buiten jij, er is genoeg te doen, maar dat werkt dus niet, zoals uit het Volkskrant-artikel bleek.

Wie niet eerst uit een systeem stapt, kan enkel een oplossing verzinnen die binnen het bestaan van dat systeem functioneert. Een systeem dat de FIRE/Vastgoedjongens als winnaars ziet, terwijl zij met hun gewin financieel slachtoffers maken, soms dichtbij (via de crowdfundings en het opvoeren van prijzen op de huizenmarkt), soms ver weg (via beleggingen in dubieuze aandelen en crypto). Niet meer mee kunnen of willen doen, zien we al snel als iets voor losers, terwijl het aantal burn-outs in Nederland nog steeds toeneemt. Burn-outs worden vervolgens weer gezien als iets goeds. ‘Hard gewerkt, veel geleerd’, kopte wederom De Groene Amsterdammer.

In het boekje Waarom schurken pech hebben en helden geluk wijdt jurist en filosoof Jurriën Hamer gedachten aan onze cultuur en het systeem waarin wij opgroeien. Een blind geloof in vrije wil maakt dat wij snel een moreel oordeel vellen over het gedrag van anderen, zonder te kijken naar het systeem dat deze keuze voortduwt. Hamer pleit dan ook voor de term ‘reflectieve vrije wil’. We handelen vrij binnen (on-)bewuste kaders. Om hier goed over te kunnen oordelen, moet je reflecteren. Achterover leunen en de dingen in alle rust vanaf een afstandje bekijken, desnoods vanuit je bed of auto. Vanuit die positie denk ik dat we een maatschappelijk probleem hebben met jongeren die, destructief voor zichzelf of anderen, niet meer mee willen doen. De eerste stap om deze mensen binnenboord te krijgen en te houden is om ze niet op te hemelen of te veroordelen, maar als gelijke symptomen van eenzelfde probleem te zien.

Maar er is nog een derde groep weggeduwden. Nu.nl sprak onderzoekers: “Het wantrouwen onder jongeren is de afgelopen jaren veranderd, constateren onderzoekers van het Nederlands Jeugdinstituut en de jeugdwerkers. In het verleden was polarisatie meestal ‘horizontaal’. Dit betekent dat er wantrouwen en onderbuikgevoelens jegens andere groepen in de samenleving bestonden. Maar tegenwoordig is de argwaan onder jongeren vooral ‘verticaal’, blijkt uit het onderzoek. Dit betekent dat burgers de overheid of grote instituties in de samenleving wantrouwen.” De oorzaken die de onderzoekers aandragen zijn logisch: “De toename van armoede in Nederland, wachtlijsten voor hulpverlening en jeugdzorg, de woningcrisis en het toeslagenschandaal worden ook genoemd als oorzaken van het wantrouwen. Sommige jongeren vinden bovendien dat de overheid met twee maten meet: liegende politici worden niet gestraft, terwijl lokale handhavers jongeren juist bovengemiddeld hard aanpakken. Ook hebben jongeren het gevoel dat protesterende boeren anders worden behandeld dan andere demonstranten, zoals klimaatactivisten.” Weggeduwde jongeren (en jongvolwassenen) dus.

Een deel van deze jongeren is zo erg weggeduwd dat buiten de maatschappij willen leven. De afgelopen jaren is het aantal Nederlanders die autonoom of soeverein willen leven aanzienlijk toegenomen. “De AIVD beschrijft het als een substroming binnen een grotere groep mensen die tegen de overheid is. De veiligheidsdienst weet niet precies om hoeveel mensen het gaat, maar schat in dat het er zo’n 10.000 zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld om coronasceptici, extreemrechtse mensen en mensen die in complottheorieën geloven.” aldus NPO Radio 1. “Ze geloven kortgezegd in de ingewikkelde theorie dat de overheid een soort bedrijf is dat slechte bedoelingen heeft en denken dat ze het ‘contract’ met de overheid kunnen opzeggen door bijvoorbeeld brieven te sturen naar de Belastingdienst of de Kiesraad, (…) Deze autonomen denken dat de Nederlandse wetten en regels niet voor hen gelden en betalen bijvoorbeeld geen zorgpremie of belasting meer. Als je dat niet doet staat er vroeg of laat een deurwaarder voor je neus,”

Kortom hulpverleners zullen zich meer en meer moeten verhouden tot mensen die meer dan ooit ervaren dat de maatschappij er niet voor hen is. De vraag is hoe?