Wat is je werkvraag: “Is het aantasten van autonomie door begrenzing, moreel handelen wanneer er hoop is dat dit in een later stadium positief voor de ander uitpakt?” Deze vraag moet beantwoord worden voordat ik mijn oude subvraag; “Is het mogelijk iemand door begrenzing in zijn/haar/hen volwassen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij?” beantwoorden kan. Mijn oude hoofdvraag (“In hoeverre kan je verantwoordelijkheid dragen zonder regie te ervaren?”) lijkt op dit moment beantwoord te zijn. Indien er nieuwe inzichten zijn keert deze terug.
Ik kreeg onlangs de vraag waarom mijn onderzoeksvraag het woord ‘volwassen bevatte in: “Is het mogelijk iemand door begrenzing in zijn/haar/hen volwassen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij?” Wat bedoelde ik met volwassen? Bij de opzet van de vraag koos ik dit woord te gebruiken omdat bij 18-‘ers gedwongen autonomie ontnemen een heel ander vraagstuk is dan bij 18+’ers. Ik realiseer mij dat ‘volwassen’ ook kan betekenen 25+, wanneer de hersenen volgroeid zijn, mensen met ‘volwassen’ gedrag, etc. Ik moet de vraag dus aanpassen naar “Is het mogelijk een 18+’er door begrenzing in zijn/haar/hen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij?”
Autonomie willen reguleren is volgens Habermas iemands leefwereld willen koloniseren. Essentieel hierin is dat de leefwereld gereguleerd word door de systeemwereld. Kortom; om van koloniseren van de autonomie te spreken moet de autonomie van iemand worden aangetast zodat diegene beter bijdraagt aan het doel van een systeemwereld. Iemands autonomie aantasten als doel het verbeteren van een persoons eigen leefwereld word niet als koloniseren gezien.
De zoektocht naar de waarden rondom het beperken van autonomie heeft verschillende dimensies: werkgever, maatschappij, de keten, theorie, de betreffende persoon en ik persoonlijk. Al deze dimensies hebben zo hun eigen waarden die voor het kunnen beantwoorden van de hoofdvraag onderzocht zouden moeten worden. De vraag die hierbij gesteld moet worden is de vraag of deze dimensie koloniseert. Zo ja, doe je de persoon in kwestie geweld aan? In dat geval is het antwoord op de vraag: ‘Is het aantasten van autonomie door begrenzing, moreel handelen wanneer er hoop is dat dit in een later stadium positief voor de ander uitpakt?’ per definitie nee.
Het enige moment waarop de systeemwereld de leefwereld mag koloniseren is wanneer men weet dat dit later positief uitpakt, niet wanneer er enkel hoop is. Zoals Spinoza eerder al aangaf is hoop (net als angst) voor iets in de toekomst nooit een wijze raadsheer om wel of niet tot handelen in het heden te komen. Mocht je iemands autonomie beperken en de hoop blijkt later ijdel geweest te zijn kan het beperken alsnog als geweld, aangedaan door de systeemwereld, gezien worden. Mocht iemand vanuit zijn eigen leefwereld beperkt willen worden in zijn autonomie in de hoop (of weet) dat dit tot een positief effect in een later stadium zorgt, kan dit door goed met de ander te bespreken wat het negatieve effect kan zijn wanneer de hoop ijdel is. Hier valt vast nog meer over te zeggen maar dit kan ik op dit moment niet. Ik zal hier later, na het behandelen van andere denkers op terug komen.
Moreel gezien mag je dus enkel iemands autonomie beperken wanneer je zeker weet dat dit later een positief effect heeft. Enkel wanneer iemand vanuit zijn eigen leefwereld beperkt wilt worden met hoop op een betere uitkomst kan men hier mee instemmen en dit moreel handelend noemen.
De ‘Opzet onderzoeksvraag tussen twee en derde les’ sloot ik af met: “Daarnaast moet ik mij afvragen of het in mijn macht ligt iets te veranderen en zo ja of ik naar redelijk inzicht weet wat ik kan doen.” Wanneer men slechts hoopt op dat iets positief uitpakt in een later stadium ligt het niet je macht iets te veranderen. Je hoopt er slechts op en kan je dus niet uit redelijk inzicht handelen.
Tot slot is het goed nog even te kijken naar Habermas ten opzichte van de vorige keer beantwoorde vraag; “In hoeverre kan je verantwoordelijkheid dragen zonder regie te ervaren?” Deze werd beantwoord met: “Je draagt altijd verantwoordelijkheid voor je handelen, ook als je besluit te handelen terwijl je geen regie ervaart. De ervaren onmacht is een eigen opgelegde onmacht, behalve wanneer de cliënt regie neemt en besluit niet te handelen. Deze is namelijk altijd vrij om er voor te kiezen geen zorg af te nemen. Het gevoel van onmacht dat er in zo een situatie ontstaat is een gevoel van angst dat de cliënt een verkeerde keuze maakt. Er is balans wanneer duidelijk is wat wederzijdse verwachtingen zijn. Zowel tussen uitvoerder en organisatie als tussen uitvoerder en cliënt. Zij moeten alle drie van elkaars regie en verantwoordelijkheidsverdeling op de hoogte zijn om een werkbare situatie zonder gevoelens van onmacht te creëren.” Vanuit het werk van Habermas is hieraan toe te voegen dat je slechts uitvoerder, dan wel radar in de machine bent op het moment dat je geen regie ervaart. Je handelt enkel voor het doel van de systeemwereld zonder input van de leefwereld en laat je dus koloniseren. Dit geeft een gevoel van onmacht. De zelfopgelegde onmacht is er een van het willen voldoen aan ‘Het doel’/’Het systeem’. Op het moment dat dit wrijft met de leefwereld, de wereld waarin normen ontstaan, is het van groot belang te kijken waar dit vandaan komt en wat hier eventueel aan te doen is.
ik opende deze opzet met de vraag: “Is het aantasten van autonomie door begrenzing, moreel handelen wanneer er hoop is dat dit in een later stadium positief voor de ander uitpakt?” Deze vraag moest beantwoord worden voordat ik mijn oude subvraag; “Is het mogelijk een 18+’er door begrenzing in zijn/haar/hen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij?” kan beantwoorden. We weten nu dat het antwoord op die eerste vraag ‘nee’ is. Het is enkel moreel handelen wanneer je zeker weet dat er iets gaat verbeteren, zonder dit zeker te weten kan je, volgens Spinoza, niet met redelijk inzicht handelen en doe je dus niet het juiste wanneer je iemand toch van bovenaf iets oplegt.
De vraag: “Is het mogelijk een 18+’er door begrenzing in zijn/haar/hen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij?” lijkt tevens beantwoord. Of ‘het mogelijk’ is weten we natuurlijk nog niet maar we weten wel dat dit enkel succesvol kan zijn wanneer de 18+’er zelf ook wilt en hij/zij/hen zo zijn/haar/hun leefwereld mee kan nemen naar de systeemwereld van de maatschappij. Voor nu lijkt het mij dan ook goed om even pas op de plaats te nemen en mijn bevindingen tot nu toe uit te gaan schrijven in een artikel. Voor de volgende keer stil te staan hij de nieuwe kennis zich verhoudt tot de bevindingen tot nu toe om zo nieuwe gaten in het denken over de vragen bloot te leggen.
Voor nu is dus mijn werkvraag: “Hoe verhouden mijn bevindingen tot nu toe zich tot de nieuw opgedane kennis?”