Wat is je werkvraag?: Ik begon de tweede les met twee werkvragen. “In hoeverre kan je verantwoordelijkheid dragen zonder regie te ervaren?” met als subvraag: “Is het mogelijk iemand door begrenzing in zijn/haar/hen volwassen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij?”
Door het toepassen van zowel de vragen rondom Aristoteles Kardinale Deugden als een deel van de oefening ‘Recht doen aan de werkelijkheid’ kan ik inmiddels het volgende zeggen over de hoofdvraag; In hoeverre kan je verantwoordelijkheid dragen zonder regie te ervaren?
Je draagt altijd verantwoordelijkheid voor je handelen, ook als je besluit te handelen terwijl je geen regie ervaart. De ervaren onmacht is een eigen opgelegde onmacht, behalve wanneer de cliënt regie neemt en besluit niet te handelen. Deze is namelijk altijd vrij om er voor te kiezen geen zorg af te nemen. Het gevoel van onmacht dat er in zo een situatie ontstaat is een gevoel van angst dat de cliënt een verkeerde keuze maakt. Er is balans wanneer duidelijk is wat wederzijdse verwachtingen zijn. Zowel tussen uitvoerder en organisatie als tussen uitvoerder en cliënt. Zij moeten alle drie van elkaars regie en verantwoordelijkheidsverdeling op de hoogte zijn om een werkbare situatie zonder gevoelens van onmacht te creëren. Dit zou eventueel kunnen door het tweede deel van de oefening ‘Recht doen aan de werkelijkheid’ toe te passen. Aangezien de uitkomst per casus kan wisselen heb ik ervoor gekozen dit bij deze niet te doen.
Wel heb ik doormiddel van Filosofisch dynamisch discussiëren gekeken of een advies dat ontstond tijdens het inbrengen van een werkcasus toepasbaar is op mijn hoofdvraag. Deze casus bleek al aan te schuren tegen de hoofdvraag en het advies hiervan was dan ook: “Onmacht voelen binnen een keurslijf is het niet ervaren van regie terwijl je verantwoordelijkheid wilt pakken. Het niet ervaren van regie is onmacht. Door die los te laten en om het gene dat die onmacht creëert heen te denken pakt men de regie terug. Zolang dit om-heen-denken gefaciliteerd word door de werkgever kan men weer verantwoordelijkheid dragen.” Dit advies is zeker toepasbaar op mijn hoofdvraag en kan één van de manieren zijn waarop er tussen de organisatie en uitvoerder gesproken word over het verdelen van regie en verantwoordelijkheid. Hierbij moet ik denken aan termen als de uitvoerder de ruimte geven om te “doen wat nodig is” of “maatwerk te leveren”. Deze uitkomsten sluiten ook aan bij de inzichten van Spinoza over potestas en potentia. Zolang de uitvoerder de ruimte krijgt om om onmacht creërende situaties heen te denken word zijn potentia niet belemmert. Pas als ook de cliënt zorg wilt is de uitvoerder bij machte om naar redelijk inzicht te kunnen bepalen wat hij/zij/hen kan doen.
Betreffende de subvraag; Is het mogelijk iemand door begrenzing in zijn/haar/hen volwassen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij? Leidde de Kardinale Deugden tot het volgende inzicht:
Ik twijfel of ik de hierboven benoemde verwachting niet aan mijzelf opleg. Wie is degene die verwacht dat de ‘iemand’ in de vraag mee doet aan de maatschappij? Niet de cliënt want die wilt niet? De organisatie? De financiële technocraten die de zorg betalen? Mijn eigen gevoel mij te moeten verantwoorden over “goede zorg”? Ik mis het groter geheel. Waarom moet iemand meedoen wanneer hij/zij/hen dat niet wilt? Dit probleem is nog te complex en volgens mij zijn nu niet alle componenten in beeld.
Onder de wil iemand mee te laten draaien in de maatschappij zit in ieder geval de hoop dat hij/zij/hen dan beter af is. Onderliggende vraag is dan ook of ik de potentia van de ander mag indammen (met als hoop dat deze later extra opbloeit). Volgens Spinoza werken angst en hoop even verlammend. Maar denkend aan de hoop zoals hiervoor beschreven vraag ik mij af of alle hoop, altijd fout is. Dit lijkt mij een superlatief en ik vraag mij af of dit verder onderzocht moet worden of als dit überhaupt al teveel botst met iemands autonomie. Oftewel is het aantasten van autonomie door begrenzing moreel handelen wanneer er hoop (dus geen zekerheid) is dat dit in een later stadium positief voor de ander uitpakt? Potestas op iemand gebruiken in de hoop op meer potentia voor diegene in de toekomst. Daarnaast moet ik mij afvragen of het in mijn macht ligt iets te veranderen en zo ja of ik naar redelijk inzicht weet wat ik kan doen.
Voor nu is dus mijn werkvraag: “Is het aantasten van autonomie door begrenzing, moreel handelen wanneer er hoop is dat dit in een later stadium positief voor de ander uitpakt?” Deze vraag moet beantwoord worden voordat ik mijn oude subvraag; “Is het mogelijk iemand door begrenzing in zijn/haar/hen volwassen autonomie gedwongen mee te laten doen aan de maatschappij?” beantwoorden kan. Mijn oude hoofdvraag lijkt op dit moment beantwoord te zijn. Indien er nieuwe inzichten zijn keert deze terug.