Opzet onderzoeksvraag tussen vierde en vijfde les

Wat is je werkvraag: “Hoe verhouden mijn bevindingen tot nu toe zich tot de nieuw opgedane kennis?” Deze vraag is ontstaan nu de eerdere vragen beantwoord lijken. Doel was dan ook de tot dan opgedane kennis te verwerken in een artikel. Dit is mij nog niet gelukt. Het in de les behandelde werk van Iris Murdoch en het gebruik van René Gude’s Agoramodel bieden mij echter de kans om naar mijn eigen aandeel in de eerder beantwoorde vragen en mijn algehele houding tegenover het werk te kijken.

Vrijheid is de taak om een eigen keuze te maken. Een keuze is pas echt een keuze wanneer men hier iedere keer opnieuw voor kiest. In mijn werk ligt die keuze er onder andere keer op keer in het besluiten waar regie en verantwoordelijkheid liggen. Dit is een continue in beweging zijnde lemniscaat (een liggende acht) waarin balans om niet uit de bocht te vliegen erg belangrijk is. Dit uit de bocht vliegen kan ontstaan door het spanningsveld tussen present zijn en jezelf niet te belangrijk maken. Het lemniscaat is de existentie, daar onder ligt een essentie; waarom deze balans er zijn moet. Bij een perfecte balans ontstaat er een emergentie; een overstijgend wij, een nieuwe vorm.

De uitslag van 66 doet mijn hoofdvraag; Hou verhoud ik mij tot reeds opgedane kennis en bevindingen rondom mijn hoofdvraag? dan ook aanpassen in: Kiezen we voordat we handelen bewust genoeg waar verantwoordelijkheid en regie liggen? Met als subvraag: En welke band ga je dan aan? Dit is vanuit