Samenvatting derde les

“De mens is toepasbaar aan het systeem geworden.”
“Menen dat je ‘het’ weet is de grootste belemmering van wijsheid.”

Hoe ontdek je het criterium van je organisatie wanneer deze je vraagt tegen/ buiten je eigen norm te handelen?
Een waarde is het onderliggende fundament van een norm.
– De uitvoering kan botsen
– Op normniveau kan men tot op zekere hoogte het eens zijn
– Het waardeniveau komt echter vaak overeen

Efficiëntie is een van de pijlers van kapitalistische bedrijfsvoering.

Normen zorgen dat zaken functioneren, maar zijn niet nodig bij het efficiënt runnen van iets.

Bewustwording is key. Als je polarisatie wilt voorkomen moet je je bewust worden waar je normen vandaan komen.

Sociale media stimuleren uitvergroting en veranderen normatieve zaken in containerbegrippen.

Joshua Knobe deed onderzoek naar filosofie in een lab setting. (VIDEO KIJKEN). Hij ontdekte zo dat mensen de neiging hebben om een corperate executive die winst wil maken en hierbij geen rekening met het milieu houdt, gezien wordt als iemand die expres het milieu vervuilt. Als diezelfde exec winst maakt en hierbij onbewust kiest voor groene investeringen wordt hij gezien als iemand die ‘per ongeluk’ het milieu helpt. Volgens Knobe komt dit omdat de exec door handelingsperspectief heeft, hierdoor is hij verantwoordelijk voor eventuele schade die hij aanricht. Bij ons eigen handelen is het echter lastiger ons handelingsperspectief te bepalen, kortom: wat is onze drive/doel?

De Vraagcarrousel
(belangrijk: formuleer kernachtig en abstract)
-Pas je vraag aan naar een ‘ik’-vraag
“Mag ik iemands autonomie aantasten wanneer er hoop is dat dit later positief uitpakt?”
-Beschrijf in 10 regels de situatie: G moet medicatie krijgen etc
-Vat dit samen tot een knelpunt in 3 regels: Komt meneer verder in het leven door verplichte medicatie. Ondanks de verplichting en decompensatie die dit veroorzaakt kan hij nog steeds ieder moment stoppen en doet dit ook regelmatig.
-Maak van het knelpunt een knelpitch (onderstreep drie woorden waar het volgens jou omgaat en maak hier 1 nieuwe zin van):
-Presenteer je vraag, knelpunt en knelpitch en laat anderen hierover meedenken. Iedereen geeft een antwoord op de vraag.

Habermas was lid van de Frankfurter Schule en had hier Adamo en Markusse als leermeester. Net als hen geloofd Habermas in het project van de moderniteit. 

Het systeem & de leefwereld
1. Het systeem
In onze samenleving is er een systeem dat van bovenaf oplegt dat je aan bepaalde dingen moet voldoen, maar wat is nu eigenlijk ‘het systeem’ en wat staat daar tegenover? Habermas hanteert de definitie van de socioloog Émile Durkheim; Het systeem is een functioneel gedifferentieerde samenleving. Alles en iedereen is zijn functie. Mensen maken systemen gericht op één concreet doel, zonder oog voor een groter plaatje. Alles binnen dat systeem heeft een functie ten opzichte van het doel. Een systeem is dan ook altijd functioneel geregeld en als mensen hebben wij enkel betekenis in het licht van het doel. Alles en iedereen wordt beoordeeld om zo efficiënt mogelijk binnen dit systeem dan wel voor dit doel te functioneren. Omdat een mens meer is dan dat is het van groot belang  tegenwicht te bieden. Hoe rationeel dit efficiënt denken ook lijkt, een hoogontwikkeld, geavanceerd systeem leidt tot irrationele uitkomsten (zoals de holocaust, aldus de Frankfurterschule). Doelen in een systeem krijgen een onvermurwbare status. Hierdoor wordt het systeem iets autonooms. Moreel denken lijdt onder systeemsefficiëntie. 

Er zijn vele systemen en systemen binnen systemen. Bureaucratie, procedures, wetgeving, algoritmes, etcetera. Niet alle systemen zijn fout. Dat we huizen kunnen bouwen en zorg hebben is ook een verdienste van een systeem. Een samenleving zonder systemen is dan ook ondenkbaar. Biologische systemen zijn functioneel, hier ontleent ‘het systeem’ dan ook zin metafysiek aan. Een systeem zorgt voor materiaal voort bestaan. Habermas focust zich op de West-Europese samenleving en ziet daardoor de economie als grootste overkoepelende systeem. Wanneer hij over ‘het systeem’ praat gaat het vaak over ‘de economie’.

Niemand heeft een compleet beeld/overzicht van ‘het systeem’. Iedereen is een radartje. Sommige mensen slagen erin zichzelf beter te profiteren van een systeem. Daarnaast kan je met geld en macht efficiënt binnen een systeem manoeuvreren. Zij die dit kunnen zullen zich er dan ook eerder in thuis voelen, maar een systeem is nooit egalitair. Hierdoor kan niet iedereen even goed meekomen. Door het niet hebben van een compleet beeld van het systeem betekend beter functioneren in het systeem dan ook niet het systeem, maar jezelf aanpassen.

Systemen creëren een intentionele rationaliteit; een doel hebben en het zo efficiënt mogelijk bereiken ervan geeft geen mogelijkheid het doel zelf ter discussie te stellen waardoor de gebruikte rationaliteit eigenlijk niet rationeel is. Als tegengas tegen het systeem moeten we het dan ook hebben over ‘communicatieve rationaliteit’. Een tegenrationaliteit vanuit de leefwereld.

De Leefwereld
Communicatieve rationaliteit is het in de leefwereld streven naar concessies. De leefwereld is altijd vanuit eerste persoonsperspectief. Je bevindt je in situaties die je kan delen met anderen. Deze situaties verschillen van de situaties binnen een systeem omdat je je in deze situaties zowel communicatief als handelend anders verhoudt tot elkaar. De communicatie en het handelen gaat via intrinsieke normen gebaseerd op gedeelde achtergrondkennis. Dit beïnvloed ons verwachtingspatroon van de ander. Die benaderen wij als met met toegang tot normen in plaats van als een functie. De normen hebben dan ook niet allen een functie binnen het systeem. Naast je functie in het systeem ben je namelijk vooral een mens met een leefwereld. In de leefwereld dragen we continue bij aan hoe we elkaar wel en niet kunnen en willen behandelen zonder systeemfunctie. Zo zorgt de leefwereld voor de symbolische reproductie van de samenleving. Hierdoor ervaren we in de leefwereld betekenis en vrijheid (systemen hebben enkel een doel en geen moraal). In de leefwereld ben je een mens, in het systeem een functie. We hebben beide nodig maar het gaat mis in de balans.

Ook een systeem kan alleen bestaan omdat een leefwereld bestaat. Zo word een systeem rationeler als de leefwereld dat ook word en vica-versa.

De moderniteit zorgt voor een steeds meer gerationaliseerde leefwereld. In de leefwereld bespreken en bekritiseren we onze normen, maar hierbij hebben we meer en meer de neiging deze aan te passen naar een functionelere differentiatie binnen het systeem. Het systeem koloniseert de leefwereld. Invloed is niet erg maar het systeem moet niet de functies van symbolische reproductie koloniseren. Sociale media is hier een voorbeeld van. Dit is een economisch systeem met de illusie van een functie van symbolische reproductie. Met afwezigheid van normen verkopen ze het idee van vrijheid. Wat overblijft is communicatie zonder de inhoud die communicatie behoeft te hebben.

Focault zegt dat er altijd machtsverhoudingen zijn. Dit is defacto zo (zie Spinoza’s botsing tussen potentia en potestas uit les twee) maar volgens Habermas moet de leefwereld hier idealiter vrij van zijn ,

Als zorgprofessional of ambtenaar ben je een radar in het systeem en kan je een ander in zijn leefwereld frustreren. Zo koloniseer je zijn leefwereld door wat er van jou verwacht word. Ironisch genoeg worden er in zowel de zorg als ambtenarij continue nieuwe systemen opgelegd terwijl ze eigenlijk de leefwereld zou moeten dekoloniseren, wat terugtrekken betekend. Iedereen met een functie in een systeem heeft vrijheid maar wordt afgerekend op efficiëntie binnen het systeem. Interessant wordt het wanneer je binnen je functie handelt volgens je eigen normen en tegelijk buiten de functies van het systeem. Zo breng je de leefwereld in het systeem.

Al met al regelt een systeem ook dingen die wij waardevol vinden en is het niet per definitie fout om daar bij te willen horen/een functie in te hebben. In een leefwereld kunnen we bepaalde dingen nu eenmaal minder efficiënt regelen maar de normen van de leefwereld kunnen wel het doel van een systeem bijsturen. Dit is nodig om systeem rationaliteit te voorkomen. De leefwereld levert discours ethiek. Het feit dat wij met elkaar praten gaat ervan uit dat we ons handelen willen verklaren, ook al hebben mensen de neiging dit uit te besteden aan het systeem. De grondwet moet dit zoveel mogelijk voorkomen want als we ons handelen teveel weggeven aan het systeem, gaat het systeem zijn eigen weg en snappen wij er niks meer van. Onze ethiek moet dus het systeem bepalen.

Dit wordt steeds vaker ondermijnt omdat wij vaak beschermt worden als consument in plaats van burger.

Het systeem beloont het hebben van macht en voedt hiermee het koloniseren.

Een autonoom systeem is ook een systeem meer praktisch onmogelijk tegenover ons heersend systeem (denk: mensen die zichzelf autonoom noemen).

Een bedrijf heeft ook een systeem en leefwereld.

Het vellen van een concreet oordeel in de ambtenarij en zorg moeten volgens Habermas uit de leefwereld komen. Hierna volgt een politieke struggle die zal bepalen in hoeverre dit oordeel effect heeft.

Mensen kunnen niet altijd puur rationeel omgaan met elkaar maar met deliberatieve communicatie waarin zij bewust worden van systeem en leefwereld kunnen zij voorkomen dat de systeemwereld de leefwereld koloniseert.