Samenvatting literatuur voorbereiding eerste les

Leonard Nelson – De Socratische methode – Inleiding en redactie Jos Kessels

In de Laches zegt Nicias dat: “Je uiteindelijk terecht komt in een positie waarin je verantwoording moet afleggen over jezelf, over de manier waarop je leeft en over het leven dat je tot dusver hebt geleid.”

Plato zegt dat betogen of uiteenzettingen, of ze nu mondeling of schriftelijk zijn, geen inzichten teweeg kunnen brengen. Zij leveren slechts boekenwijsheid op, louter kennis van woorden en beweringen. Hoogstens kunnen zij inzicht in herinneringen roepen bij degenen die het al bezitten. Maar om een nieuw inzicht te verwerven is het noodzakelijk zelf een kwestie te onderzoeken, zelf na te denken. Inzicht kan niet zonder persoonlijke inspanning tot stand komen. Dit nadenken moet een nadenken over zichzelf zijn, een onderzoek van de eigen kennis en de eigen ervaring.

Standpunten die wel mogelijk zijn maar niet werkelijk worden onderschreven, argumenten die wel denkbaar zijn maar voor henzelf niet gelden, dienen achterwege te worden gelaten.

Stimulering van zelf nadenken en koppeling van denken aan iemands eigen ervaring zijn het beste te verwezenlijken in een gesprek.

Er is niet, zoals bij teksten, een scheiding tussen de spreker en wat hij zegt, tussen de betoger en betoog.

De eerste stap is expliciteren wat iemand meent te weten, ontsporen van de kennis die hij meent te bezitten.

Er zijn verschillende ‘motors’ die dit dialectische proces aandrijven, zoals het streven naar duidelijkheid, expliciteit, volledigheid en consistentie. De elenchus (Socratische gespreksmethode) is vooral gericht op dit laatste, het aan het licht brengen van inconsistenties en tegenspraken, omdat daarmee iemand in feite zichzelf weerlegt en zichzelf beschaamd maakt.

Om iets te kunnen leren dient iemand ervan overtuigd te zijn dat er voor hem ook daadwerkelijk iets te leren valt.

Socrates’ vraaggesprekken verschillen van het reguliere twistgesprek. Het gaat niet zozeer om het winnen maar om het onderzoek. Bovendien is zijn uitgangspunt dat de ondervraagde de filosofische kennis waar het gesprek om draait op de een of andere manier al bezit. Filosofische waarheden zijn al ‘in ons’ aanwezig.

Tegenwoordig duiden we deze verborgen kennis aan als a priori waarheden, algemene veronderstellingen die ten grondslag liggen aan onze bestaande opvattingen en die door systematisch vragen aan het licht kunnen worden gebracht.

Socrates beweert telkens zelf geen kennis te bezitten. Dat heeft een belangrijk strategisch voordeel. Door te weigeren zelf antwoord te geven op de vraag die ter discussie staat en geen eigen stelling te verdedigen, kan hij zich geheel wijden aan het onderzoeken van zijn gesprekspartner en diens beweringen.

Een centraal kenmerk van de socratische methode is voorts het zoeken van definities voor kernbegrippen uit ons dagelijks taalgebruik: wat is kennis eigenlijk, of schoonheid, of waarde, of vriendschap? De open, ongespecificeerde vorm van de vraag ‘Wat is X?’, wordt in het onderzoek meestal vrij snel vervangen door een preciezere vorm, namelijk ‘Is X Y?’. Bijvoorbeeld, is kennis waarneming? Is schoonheid dat wat genot verschaft? Is vriendschap aantrekking van het gelijke?

Socrates zoekt een constitutieve definitie, een beschrijving van datgene wat iets maakt tot wat het is. Hij wil formuleren wat de essentie ervan vormt, datgene wat in verschillende voorbeelden van X hetzelfde blijft.

Wanneer er geen directe maner is om tot een definitie te komen, via deductie of inductie, blijft er niets anders over dan een indirecte weg te bewandelen: het systematisch verwijderen van foute of ontoereikende opvattingen, en de poging de eigen overtuigingen steeds verder te ontwikkelen tot een consistent geheel. Dat is precies wat dialectiek en elenchus beogen. Maar consistentie van overtuigingen is op zichzelf nog geen garantie voor de waarheid ervan. Hoe kun je weten of je in een bepaalde kwestie het eindpunt van je onderzoek bereikt hebt, een werkelijk grondbeginsel, een niet verder te rechtvaardigen uitgangspunt?

Een belangrijk punt in de aanpak van Socrates is verder dat het pedagogische doel, iemand tot zelf denken te brengen, zwaarder weegt dan het inhoudelijke doel, het vinden van de waarheid.

Deze opvatting over het belang van zelfstandig onderzoek en morele autonomie ligt ten grondslag aan heel Socrates’ optreden. Het is hem er niet om te doen een of andere abstracte filosofische waarheid vast te stellen. Het pedagogische doel is primair. Het zoeken naar waarheid is steeds een persoonlijk zoeken.

Marlou van Paridon – Socratisch gesprek voor beginners – Een handboek en werkboek

Gedeelde betekeniskaders vanuit geloof of gemeenschapsgevoel hebben we niet meer en onbegrip en wantrouwen liggen op de loer.

Het socratisch gesprek geniet een groeiende populariteit omdat we, net als de Grieken in de oudheid, in een tijd leven waarin we genoodzaakt zijn de richting die we aan het leven willen geven gezamenlijk onder woorden te brengen. Socrates en zijn tijdgenoten baseerden hun normen niet op geloof of traditie, maar kwamen daartoe via filosofische gesprekken. Voor ons zijn geloof of traditie weggevallen als houvast voor normen en waarden. Ook wij beseffen dat we met elkaar betekenis zullen moeten geven aan leven en werken. Dat geldt voor organisatie waar de spanning tussen kwaliteit en betekenis aan de ene kant en rendement en groei aan de andere kant toeneemt. Dat geldt ook voor de samenleving, waar de spanning tussen zelfgerichtheid en consumentisme aan de ene kant en gedeelde waarden en gedeelde betekenis aan de andere kant toeneemt.

Wat nodig is, is dat we elkaars belevingswereld gaan delen, dat we elkaars perspectieven beluisteren en begrijpen.

De polis (Oud-Grieks voor socio-politiek gegeven, een socio-geografisch gegeven) staat volgens Aristoteles ten dienste van het goede leven, met als hoogste doel geluk. Socrates heeft nooit iets opgeschreven. Zijn leerling en bewonderaar Plato heeft Socrates’ gesprekken beschreven in zijn vele dialogen. Voor Socrates was gespreksvoering een vorm van ethiek. Dat is een ander soort ethiek dan wij kennen. In die tijd stonden morele leefregels als bijvoorbeeld het nastreven van gelijkwaardigheid en naastenliefde ter discussie.

De ethiek van Socrates diende het zinvolle: hoe moet je je gedragen om een goede samenleving te realiseren? Socrates meende dat om het goede te doen je slechts hoefde te weten wat het goede is. Voor hem was ethiek de zoektocht naar kennis van het goede. Hij zei dat mensen daar alleen achter kunnen komen door verantwoording voor hun eigen gedrag af te leggen.

Als we het tegenwoordig over een socratisch gesprek hebben, dan bedoelen we daarmee een denkgesprek waarin ieders oordeel wordt opgeschort, goed naar elkaar wordt geluisterd en kritisch wordt nagedacht aan de hand van concrete ervaringen.

Het vraagt moed om de veiligheid van (…) bekende mechanismen los te laten. Het socratisch gesprek begint dan ook vaak met de moed om te twijfelen aan je eigen vooringenomen overtuigingen.

David Bohm stelt in zijn boek On Dialogue dat wij ‘Intellectuele fundamentalisten’ zijn. “De mensen die aan een dialoog deelnemen zijn niet echt bereid om hun fundamentele aannames ter discussie te stellen. We hechten zo aan onze kennis dat we een onbewuste reflex tot het verdedigen van onze bestaande inzichten hebben.”

Wanneer gebruik je het socratisch gesprek?
In de volgende situaties kan het socratisch gesprek uitkomst bieden:

  • Wanneer je beter gebruik wilt maken van de onbewuste wijsheid binnen je team en je organisatie.
  • Voor het bespreekbaar maken van dilemma’s/
  • Voor reflectie op samenwerking en gedrag.
  • Voor ontwikkeling van een visie.
  • Voor het heroverwegen van leidende principes of het toetsen van het gedrag aan de leidende principes.
  • Om verschillende (afdelings-)structuren met elkaar in contact te brengen.
  • Wanneer je beter wilt leren te luisteren en vragen te stellen.
  • Voor het aannemen van de juiste houding voor de lerende organisatie.

Wanneer gebruik je het socratisch gesprek niet?

  • Je een gesprek wilt winnen.
  • Je geen inmenging van anderen duldt.
  • Je bepaalde belangen hebt die je door wilt drukken.
  • Je beledigd bent als anderen het niet met jou eens zijn.
  • Je niet bereid bent je uitgangspunten af en toe te herzien.
  • Je meent dat jouw gewoonten per definitie goed zijn.
  • Een snelle beslissing belangrijker is dan een goede beslissing.
  • Anderen niets aan jouw wijsheid kunnen toevoegen.

De vijf gespreksstappen

  • Vraag: Wat gaan we onderzoeken en wat is daarbij onze vraag?
  • Concretiseer: Welke ervaring van de aanwezigen is geschikt om de vraag te onderzoeken? Deelnemers stellen vragen aan de voorbeeldgever om relevante details bij deze ervaring helder te krijgen. Doordat alleen naar feiten wordt gevraagd, zonder interpretaties of aannames, is er bij de voorbeeldgever rust en vertrouwen en is deze bereid veel te vertellen. Zodra vragenstellers van feitvragen echter overgaan op interpretaties, is dat merkbaar in de sfeer. Wanneer iemand bijvoorbeeld zegt: ‘Je vond het zeker heel moeilijk?’, slaat de sfeer om en wordt de voorbeeldgever gereserveerd Terwijl eenvoudige feitvragen, hoe gedetailleerd en persoonlijk ze soms ook kunnen zijn, de voorbeeldgever klaarblijkelijk met rust laten, leiden tot meer openheid en zorgen dat de aanwezigen tot zelfreflectie overgaan.
  • Verplaats: Alle deelnemers verplaatsen zich in de ervaring van de voorbeeldgever en doen een uitspraak. Het gesprek doet een beroep op onze logos. In de verplaatsing echter wordt het pathos van de deelnemers aangesproken om de logos te ondersteunen en te nuanceren. Door zich af te vragen ‘hoe het is’ (pathos) en daar hun denken aan te koppelen, komen de deelnemers tot uitspraken over ‘hoe het zou moeten zijn’ (ethos).
  • Argumenteer: Deelnemers beantwoorden de uitgangsvraag en beargumenteren hun antwoord. Rechtvaardiging van argumenten, verbinden van denken en ervaren. Elenchus: confronteer sprekers met tegenstrijdigheden in hun uitspraken en tussen hun uitspraken onderling. Terwijl e de deelnemers dus uitdaagt om tegenstrijdigheden te rechtvaardigen, heb je als gespreksleider in je achterhoofd het vertrouwen dat mensen uiteindelijk steeds dichter bij gedeelde inzichten zullen komen, juist door met elkaar de tegenstrijdigheden te benoemen en te analyseren. Je gaat confrontaties dus niet uit de weg, maar je neemt er ook geen genoegen mee dat mensen in hun verschillen blijven hangen. Wie de socratische methode beheerst, wordt gevoelig voor tegenstrijdigheden in andermans verhaal en kan zo de ander aanzetten tot denken in plaats van te proberen de ander te overtuigen met holle retoriek en een indrukwekkende toon.
  • Essentie: Regressieve abstractie. Wat zijn de vooronderstellingen onder de uitspraken? Wat gaat ieder aan het hart? Is er consensus? Consensus hoeft geen eis te zijn maar het steven erna komt de relevantie van het gesprek ten goede. Deelnemers beoordelen wanneer het gesprek ‘een bevredigend einde’ heeft.

De socratische benadering is ingebed in een rijk filosofisch gedachtengoed. dat veel vragen behandelt op het gebied van leven, werken, ethiek, zelfkennis en omgaan met elkaar.

Het zijn de socratische gespreksregels die de ruimte tussen de mensen scheppen zodat zij zelf tot nieuwe inzichten kunnen komen.

Veel van die regels werken niet alleen binnen de structuur van een socratisch groepsgesprek. Ook in dagelijkse príve- en zakelijke gesprekken.

Socratische gespreksregels:

  • In dienst van het gemeenschappelijke: Wie aan een socratisch gesprek deelneemt, verklaart zich bereid zijn overtuigingen en (politieke) belangen tijdelijk op te schorten teneinde een oprecht onderzoek te doen naar de beste, meest zinvolle en meest wijze keuzes om zijn organisatie of samenleving verder te helpen. Van wie een socratisch gesprek aangaat wordt (…) een zekere belangeloosheid gevraagd, een ruimere blik op het gemeenschappelijke belang waarvoor je (…) samenkomt. Door het uitstellen van het eigen oordeel geeft iedereen de ruimte aan de wijsheid van andere aanwezigen en kan ieders denken aan dat van anderen worden gescherpt om collectief tot wijsheid te komen. Het vergt moed om je gehechtheid aan de veiligheid van je inzichten tijdelijk op te geven.
  • Stel je empathie uit: Bij het voeren van een socratisch gesprek wordt (…) een zekere stoïcijnse houding van de deelnemers gevraagd. Het socratisch gesprek is overigens allerminst een puur rationeel gesprek. Ook gevoelens spelen een belangrijke rol. Zij scherpen het oordeelsvermogen, zijn een bron van informatie en maken dat we ons in elkaar kunnen verplaatsen. We willen echter onderscheid maken tussen gevoelens die iets toevoegen aan genuanceerd denken en emoties die het denken belemmeren. Naast uitstel van een oordeel wordt deelnemers in een socratisch gesprek daarom gevraagd om ‘uitstel van empathie’. Empathie is een smeermiddel in de communicatie, maar het kan een gesprek voortijdig afremmen, in een ongewenste richting sturen en vruchteloos maken. De uitgebreide gespreksregel die hierbij hoort is: ‘Interpreteer niet, stel je empathie uit en gebruik in je vraag letterlijk de woorden van de ander.’ Met andere woorden: doe inhoudelijk niets met het gevoel dat je denkt te bespeuren bij de ander (of met het gevoel van jezelf). Dat gevoel kan kloppen of niet, maar als je het introduceert, leid je de ander af van zijn eigen verhaal. Als je denkt dat het nodig is om andermans gevoel te bespreken, dan kun je een open vraag naar die gevoelens stellen. Meelevend een gevoel van de ander benoemen lijkt sympathiek, maar het werkt voor de duidelijkheid en ook voor het goede contact vaak averechts. De (gespreks-)paradox doet zich hier voor dat vragen naar ‘droge feiten’ juist een intiem gesprek oplevert, waarin niemand zicht echter te ver op andermans gevoelsterrein begeeft. De stoïcijnse houding houdt in dat je als vragensteller je eigen ongemak verdraagt en wél letterlijk door vraagt op wat er gezegd wordt. Een socratisch gesprek voeren heeft veel te maken met het verdragen van je eigen ongemak. Het komt aan op stoïcijns reageren: even niets denken of voelen over wat de ander zegt, maar letterlijk op zijn woorden ingaan. De stoïcijnen erkenden wel degelijk de functie van gevoelens. Ze meenden echter dat we onze moeten leren verdragen en aan onze gemoedsrust moeten werken om zinvol en effectief te handelen, spreken en denken.
  • Wat is eigenlijk onze vraag?: De socratische benadering helpt de knoop te ontwarren door te beginnen met zoeken naar de fundamentele vraag die onder de korte termijnvragen ligt. Het socratisch gesprek is geen oplossingsgesprek, maar het plaatst problemen in een breder kader. Het werpt licht op het gemeenschappelijke doel waarvoor je met elkaar (…) samen bent. Daardoor wordt expliciet helder wat iedereen impliciet vaak al weet: wat incidenten zijn en wat wezenlijke kwesties zijn die aangepakt moeten worden.
  • Wees concreet: Goed oordelen kan (…) alleen door eigen gedrag te onderzoeken. In een socratisch groepsgesprek doen we dat door een concrete ervaring van een van de aanwezigen te analyseren. In een socratisch gesprek ga je niet direct op een uitspraak of vraag in. Je probeert eerst van een abstracte mening (…) naar een concreet ervaringsvoorbeeld te komen. Daartoe kan eenvoudig de vraag worden gesteld: ‘Heeft iemand een recent voorbeeld waaruit (…) blijkt?’ De eis om een voorbeeld te geven lijkt triviaal, maar is cruciaal. Een voorbeeld maakt vrijblijvendheid onmogelijk. Een voorbeeld bespreken schept verbondenheid. Een voorbeeld daagt uit tot scherper nadenken. Door afbakening van het probleem binnen een voorbeeld wordt ieders denken aan dat van anderen gescherpt.
  • Houd je denken terug: Miscommunicatie en onbegrip zijn niet alleen een kwestie van onwil, maar misschien wel vaker een kwestie van onvermogen. We zitten allemaal gevangen in onze eigen denkconstructies, cultuur en subcultuur. Die invloeden zorgen voor reflexen die een goed verstaan van elkaar in de weg zitten. Die denkfouten hebben bijvoorbeeld betrekking op verschillen in woord- en taalgebruik, waardoor wij soms iets anders verstaan dan iemand bedoeld heeft. Een verschil in perspectief en overtuiging kan maken dat je iets anders hoort dan wat iemand zegt, omdat je vaak alleen dat hoort wat jouw overtuiging bevestigt. Denkfouten en drogbeelden kunnen niet worden weggenomen door kennis van buitenaf, maar alleen door een onderzoek van eigen handelen, zoals we doen in een socratisch gesprek.
  • Maak ruimte voor andermans wijsheid: Door oordelen uit te stellen, letterlijk te luisteren en concreet te blijven wordt een nieuwe ruimte gecreëerd die nog niet door kennis, interpretatie of gevoelens van wie dan ook is ingenomen. In die ruimte kan persoonlijke en collectieve wijsheid tot wasdom komen. Dat begint dan wel met het serieus nemen van alle aanwezigen in wat ze zeggen.
  • Zoek altijd een hittepunt: Het hedendaagse socratisch gesprek doet een groot beroep op onze ratio en taal (logos). Toch wil ik constateren dat het zonder gevoelens niet de kracht en scherpte van analyse zou bereiken als nu het geval is. Dat is de paradox van het socratisch gesprek: deelnemers wordt gevraagd concreet te blijven, louter feitelijke details te bespreken, en juist dan worden ook sentimenten gedeeld. Bij het delen van een concrete ervaring met alle profane details en menselijke onvolkomenheden ontstaat er herkenbaarheid en identificatie. De bereidheid tot zelfreflectie maar ook het vermogen tot genuanceerd oordelen van de aanwezigen komt op gang door het aanhoren en in detail bevragen van die profane details. Deze herkenning en identificatie wordt verder versterkt in het hittepunt. Voor de volledigheid: het hittepunt is het moment of de uitspraak binnen de voorbeeldervaring waarin er iets schuurt voor de voorbeeldgever. Het is een kantelmoment dat essentieel is voor de beantwoording van de uitgangsvraag. Voorbeeld: ‘Mag ik mijn zoon helpen als rector van de school waarop hij leerling is?’, dan is het hittepunt het moment binnen het voorbeeld waarop de rector daadwerkelijk in de gelegenheid is om zijn zoon te helpen. Gaat hij het doen of niet? De gesprekspartners verplaatsen zich in de rector op het moment en vragen zich af: ‘Wat zou er door mij heen gaan als ik voor die keuze stond?’
  • Zet de kardinale deugden in: Vier deugden, ook wel de kardinale deugden genoemd: rechtvaardigheid, wijsheid, moed en matigheid. Wanneer je in een socratisch gesprek gevraagd wordt stil te staan bij deze deugden word je gevraagd respectievelijk stil te staan bij de angsten, verlangens, blindheid en onevenwichtigheid die je af zou kunnen houden van een wijze beslissing.
  • Argumenteren is niet slechts een woordkunst: Niet de meest bevlogen redenaar vindt gehoor, maar degene die zijn uitspraak onderbouwt met de feiten uit het voorbeeld waarover gesproken wordt, het zogenaamde waarnemingsargument.
  • Nodig de ander uit tot nadenken: Zoals gezegd, in de elenchus confronteer je de spreker met tegenstrijdigheden in zijn uitspraken. De meest effectieve manier daarbij is dit op een neutrale, vragende manier te doen. Om jezelf alle kans tot elenchus te geven moet je uiteraard heel zorgvuldig naar de woorden van de ander luisteren en daarin de feiten, de meningen en de vragen onderscheiden. Daarnaast helpt het om je gesprekspartner ook tot een aantal andere socratische regels te verleiden, zoals concreet blijven. En vragen om argumentatie op basis van feiten uit een voorbeeld. Als de ander hiertoe niet bereid is, moet je misschien constateren dat het geen zin heeft een twistgesprek aan te gaan. De ander wil dan kennelijk niet weten hoe het echt zit.
  • Hoe fundeer je een uitspraak?: Door deelnemers steeds weer op hun laatste uitspraak te bevragen. Bijvoorbeeld: ‘Wat is de vooronderstelling die onder die uitspraak ligt?’
  • Praktische wijsheid: Vaak zijn er al heel wat vruchten geplukt van een gesprek voordat de laatste fase is bereikt. Onderweg zijn mensen meerdere perspectieven gaan zie, ze hebben een beter begrip voor elkaars gedrag gekregen, hebben gereflecteerd op hun eigen gedrag, hebben geleerd hun oordeel uit te stellen en hun argumenten te onderbouwen. Daarnaast levert het gesprek gedeelde inzichten op waaraan acties kunnen worden gekoppeld. De verkregen inzichten kunnen vertaald worden naar afspraken over sturende principes en effectief en zinvol handelen ten behoeve van gemeenschappelijke doelen.
  • Het onderzoek houdt nooit op: Ook als een socratisch gesprek is afgerond, is het onderzoek nog niet voorbij. Elk nieuw inzicht levert handvaten voor de praktijk op, maar leidt ook weer tot nieuwe vragen.