Samenvatting literatuur voorbereiding negende les

Micheal Foucault – Het panoptisme

Orde als reactie op de pest om de wanorde te ontwaren: de wanorde van de ziekte die overgedragen wordt als de lichamen met elkaar in aanraking komen; en de wanorde van het kwaad dat zich vermenigvuldigt als angst en dood alle verboden vervagen. De orde geeft iedereen een eigen plaats, een eigen lichaam, een eigen goed, een eigen ziekte en een eigen dood, door middel van een alomtegenwoordige en alwetende macht die zich op haar beurt ononderbroken en regelmatig vertakt, en eindigt in de determinatie van het individu – wat hem karakteriseert, wat hem behoort en wat hem overkomt.

De pest als tegelijk reële en denkbeeldige wanorde heeft de discipline als medisch en politiek correlaat. Achter de disciplinerende voorzieningen gaat het spookbeeld schuil van ‘besmetting’, van pest, van oproer, misdaad, landloperij en desertie van mensen die opduiken en weer verdwijnen, die leven en sterven in chaos.

De pest brengt geen massieve scheiding aan tussen twee groepen mensen, maar vraagt om talloze afscheidingen, individualiserende indelingen, een radicale ordening van toezicht en controle, en een wijdvertakte en geïntensiveerde machtsuitoefening. De leproos wordt uitgestoten, verbannen en afgezonderd; hij verdwijnt in een massa die nauwelijks differentiatie behoeft; de pestlijder wordt gevangen in een minutieuze tactische parcellering, waarin de individuele differentiatie het dwingende effect is van een macht die zich vertakt, vermenigvuldigt en concentreert.

Door de constante scheiding van het normale en het abnormale, waaraan ieder individu is onderworpen, heeft het merkteken en de verbanning van de leproos zich tot in onze tijd voortgezet en uitgebreid over vele andere objecten. De disciplinerende voorzieningen die ontstaan zijn uit de angst voor de pest worden gaande gehouden door een samenstel van technieken en instellingen die gericht zijn op het meten, controleren en verbeteren van abnormalen. In alle machtsmechanismen die tegenwoordig het abnormale omringen om het te merken en het te veranderen komen deze twee oorspronkelijke vormen samen.

Het Panopticon van Bentham is de architectonische gedaante van deze versmelting. Het principe is bekend: een ringvormig gebouw; in het midden een toren met grote ramen, die uitkijken op de binnenzijde van de ring: het gebouw is verdeeld in cellen die de volle breedte van het gebouw beslaan; iedere cel beschikt over twee ramen, één dat naar binnen is gerichte en correspondeert met een raam in de toren, en een buitenraam waardoor de cel tot in alle hoeken wordt verlicht. En of dat nu krankzinnigen, zieken, veroordeelden, arbeiders of scholieren in de cellen zijn opgesloten, met één bewaker in de centrale toren kan worden volstaan. Dankzij het tegenlicht kan hij vanuit de toren in de cellen de kleine, scherp afgetekende silhouetten van de gevangen waarnemen.

Het panoptische systeem schept ruimtelijke eenheden die onophoudelijke waarneming en ogenblikkelijke herkenning mogelijk maken.

Iedereen wordt opgesloten in een aparte cel in het volle zicht van de bewaker, en de tussenmuren belemmeren het contact met lotgenoten. De gedetineerde wordt gezien, maar hij ziet niet; hij is het object van informatie, maar nooit subject van communicatie.

De gedetineerde wordt bewust gemaakt van zijn permanente zichtbaarheid, waardoor de macht automatisch kan functioneren. Het toezicht, al is het discontinu, dient continu effect te hebben. De macht dient zo volmaakt te zijn dat haar feitelijke uitoefening overbodig wordt; (…) kortom, de gedetineerde dient opgesloten te worden in een machtssituatie die hijzelf in stand houdt.

Bentham heeft daarom als principe gesteld dat de macht zichtbaar maar ondoorzichtig moet zijn.

De gedetineerde mag nooit weten of er daadwerkelijk naar hem gekeken wordt, maar moet ervan doordrongen zijn dat dit te allen tijde mogelijk is.

De panoptica functioneert als een machine die het koppen zien en gezien worden ontbindt: in de buitenste ring is men altijd zichtbaar, zonder ooit te zien; in de centrale toren ziet men alles, zonder ooit gezien te worden. De panoptica is als systeem zo belangrijk omdat het macht automatiseert en ontindividualiseert.

Geen traliewerken meer, geen kettingen, geen zware sloten; heldere afscheidingen en overzichtelijke openingen waren voldoende.

Degene die onderworpen is aan de zichtbaarheid en zich hiervan bewust is neemt als spontaan de dwang van de macht over en past deze op zichzelf toe; hij verinnerlijkt de machtsbetrekking door tegelijkertijd beide rollen te spelen, en wordt zo het principe van zijn eigen onderwerping.

Het panopticon (…) moet worden opgevat als een model van functioneren dat algemeen toepasbaar is, als een manier om de macht op het dagelijkse leven te betrekken.

Telkens als een grote hoeveelheid individuen tot bepaalde taken of specifiek gedrag gedwongen moet worden, kan het panoptische schema worden gebruikt. Het is – behoudens noodzakelijke aanpassingen – toepasbaar ‘op alle instellingen waar binnen een begrensde, overzienbare ruimte een zeker aantal personen onder toezicht gehouden moeten worden’.

Bovendien is deze machine zo geconstrueerd dat haar geslotenheid de permanente afwezigheid van de buitenwereld niet uitsluit. We hebben gezien dat iedere willekeurige persoon in de centrale toren toezichtsfuncties kan uitoefenen, en al doende een beeld kan krijgen van de manier waarop het toezicht functioneert. In feite kan iedere panoptische instelling, ook al is ze evengoed gesloten als een tuchtsluis, gemakkelijk worden onderworpen aan deze toevallige maar onophoudelijke inspecties – en niet alleen door de aangestelde controleurs, maar ook door het publiek.

De kijkmachine was een soort camera obscura voor het bespieden van individuen; ze wordt een transparant bouwwerk waarin de machtsuitoefening door de gehele samenleving kan worden gecontroleerd.