Paul van Tongeren – Lijden aan het verstrijken van de tijd
Zijn er eigenlijk wel andere wijzen van lijden, dan deze: te lijden aan het verstrijken van de tijd.
Tijd bestaat immers grotendeels uit wat niet is: het verleden is de tijd die was en dus niet is, de toekomst is de tijd die zal zijn en dus evenmin is.
Het algemene begrip van ongeluk wordt door Kierkegaard gedefinieerd als: afwezigheid.
We kunnen dat gemakkelijk ook zonder Hegel voltrekken. Wij zeggen dat iemand ongelukkig is die ‘niet lekker in zijn vel zit’: hij past niet in zijn eigen vel, zijn eigen huis, zijn eigen leven: hij is niet echt of niet echt thuis daar waar hij feitelijk is; hij is feitelijk niet daar waar hij wil of moet zijn, en hij is wel waar hij niet wil zijn. Hij is elders, afwezig. Kierkegaard schrijft: ‘De ongelukkige nu is hij die zijn ideaal, zijn levensinhoud, de volheid van zijn bewustzijn, zijn eigenlijke wezen op de een of andere manier buiten zichzelf heeft.’
Afwezig zijn is dus volgens Kierkegaard niet alleen en niet op de eerste plaats een ruimte kategorie (‘niet hier zijn’), maar een tijdscategorie (niet nu zijn).
Je kunt afwezig zijn door in het verleden te leven.
Je kunt ook afwezig zijn door in de toekomst te leven: de mensen die dromen van later, wanneer alles beter zal worden.
- aanwezig zijn in afwezige tijden.
Volgens Kierkegaard valt het met dit ongeluk nog wel mee. (…) Ze zijn subjectief ongelukkig in zoverre ze echt in die afwezige tijden van verleden of toekomst kunnen leven; voorzover ze daar tenminste aanwezig kunnen zijn; leven in de herinnering of leven in de verwachting of de hoop. Ze zijn alleen ongelukkig inzoverre ze (of wanneer ze) botsen op de realiteit van het heden, of wanneer ze hun afwezigheid in het heden op de een of andere manier ervaren. (…) Wie is er niet voortdurend op de toekomst gericht? Wij verweven geen kennis meer, maar alleen nog competenties om in toekomstige omstandigheden te kunnen functioneren. Wij zijn allemaal voortdurend flexibel en innovatief. Wij hebben geen organisaties meer maar alleen nog re-organisaties. De afwezigheid die erin bestaat in de toekomst te leven lijkt de collectieve pathologie te zijn van onze post-moderne tijd. - afwezig zijn in afwezige tijden.
Hij die zijn toekomst heeft verloren en zijn verleden verraden – zodat beide hem geen beschutting meer kunnen bieden. (…) Volgens de pessimistische interpretatie was die hoop juist de ergste straf van de goden. Zonder de hoop zou de mens zich van het leven beroven en eindelijk verlost zijn: door de hoop wordt zijn ellende alleen maar gecontinueerd. Het meisje wordt uit haar herinnering gedreven naar een toekomst die haar alleen maar nieuwe teleurstelling zal brengen. - De figuur die hoopt wat hij zich zou moeten herinneren.
Een sterk voorbeeld is te vinden in de omgekeerde combinatie degene die (niet hoopt wat hij zich zou moeten herinneren, maar die) zich herinnert wat hij zou moeten hopen. Dat is degene die zich zou willen verheugen op de vakantie, het feest of de ontmoeting, maar dat niet kan, omdat hij zich al voorstelt dat het zometeen weer voorbij zal zijn. Zo iemand is ontheemd: hij woont nergens, omdat hij probeert te wonen waar hij niet kan wonen. In het verleden kan hij niet wonen omdat het nog toekomstig is, in de toekomst kan hij niet wonen omdat die al voorbij is. Dit is de figuur van de melancholie of de zwaarmoedigheid. Bij deze mensen ligt de toekomst in het verleden en het verleden in de toekomst. (…) Hun leven speelt zich niet in achterwaartse richting af, maar gaat in twee richtingen tegelijk de verkeerde kant op.