Samenvatting negende les

Gezag, discipline en vrijheid op de werkvloer.

Hoe kan je in een steeds horizontalere samenleving gezag en discipline organiseren? Iets wat nodig is om vrijheid te kunnen borgen. Zonder discipline en/of een bepaalde vorm van ordening is het tevens niet mogelijk om doelen te stellen dan wel te halen.

Na de oorlog en door de toenemende welvaart was er mede door de secularisering minder behoefte aan gezag van bovenaf. Sinds de jaren ‘70 ontstaat er zelfs een soort staatsfobie, dit resultaat in vrij baan voor het neoliberalisme. Het eigen belang kwam meer en meer boven het gemeenschappelijke belang. De combinatie van de afbreuk van verticale discipline en de afbreuk van gemeenschappelijk belang zorgt voor een gebrek aan gezag dat het gemeenschappelijke kan beschermen. Hoe democratischer een samenleving hoe meer horizontaal discipline er dan ook nodig is.

1975, de geboorte van de gedisciplineerde samenleving in Foucault’s Discipline, toezicht en strijd. Foucault’s geboortes gaan vaak over dingen die eerst uitgesloten worden en vervolgens ingesloten. Van een repressieve naar een productieve macht. Deze switch vond plaats in de sprong van de klassieke naar de moderne tijd. De oude macht was verticaal vormgegeven (deze macht bestaat op sommige plaatsen overigens nog steeds, denk aan kantoren op de zuidas en de verhalen over DWDD). Macht is er altijd tussen mensen, in iedere verhouding wordt kracht uitgevoerd.

Oude macht is:
-Hiërarchisch
-Geconcentreerd in een vorst
-Spectaculair
-Gewelddadig
-Raakt het lichaam aan
-sluit het kwaad uit (misdaad, ziekte, abnormaliteit en ‘het andere’)
-Repressief

Moderne macht is:
-Anoniem
-Komt van alle kanten
-(Bijna] onzichtbaar
-zonder pijn te doen
-Niet lichamelijk
-insluiting van het kwaad (correctie, dressuur, verbetering en genezing)
-Productief

Moderne macht is veel moeilijker om te (laten) zien en daardoor om aan te kaarten, er is geen koning om te onthoofden.

Een gedisciplineerde samenleving bestaat uit de volgende temporele ordening, resulterend in de onderwerping en ordening van zogenaamde gevallen. Dit gebeurt ook in werksystemen.
-Ruimtelijke indeling van individuen/structuren
-Controle van activiteit (tijdsordening, maximale benutting)
-Dressuur: Hiërarchisch toezicht/observatie (surveillance)
                  Normaliserende sancties (micro-strafstelsel)
                  Examen (een combi van 1 & 2, permanente  vergelijking rond de norm)

Deze systemen komen samen in het panopticon. Binnen dit soort systemen (mechanieken van fictieve betrekkingen) onderwerpt men zichzelf tot subject. Je onderwerpt je aan de disciplinair. Wie wij zijn wordt zo sterk bepaald door de omgeving die ons disciplineert. Onze horizontale samenleving is panoptisch. Framing maakt hier door normering gebruik van. Zie ook sociale media en het techno-feodalisme.

-Meer democratie = meer disciplinering, maar er zijn ook arbitraire, surveillance samenlevingen (denk: China)
-Meer intieme technologie = meer surveillance
-Meer surveillance = meer complotdenkers
Vanuit complotdenken ontstaat weer meer staatsfobie en de hang terug te willen naar de verticale macht.

Er zijn vier vormen van discipline
Foucault heeft het (hij bedacht er drie) hierbij over mechanieken zonder vraagstukken. Huijer vraagt zich af (zij bedacht de vierde) welke vormen in organisaties wenselijk kunnen zijn.
1. Gehoorzaamheid aan tucht en orde (van buiten) kan ook onzichtbaar worden door surveillance, ICT-systemen, etc.
2. Aanpassing van de gedeelde normen en omgangsvormen (van buiten).
3. Werken aan jezelf om een hoger doel te bereiken (van binnen). Deze vorm ziet men veel in de meriocratie.
4. Begrenzing aanbrengen in de omgeving/samenleving. (relationele) uitbesteding van discipline, dan wel in andere mensen en/of niet menselijke dingen.
De kunst is om te zien hoe de eerste drie ervoor zorgen dat je jezelf als subject tot de discipline gaat gedragen. Kan je je hiervan losmaken zodat je zelf kan kiezen waar en aan wie je de discipline vervolgens relationeel aan wilt uitbesteden? Ga na waar je discipline vandaan komt, waar heb je uit jezelf discipline voor? Wanneer is het wel/niet hebben hiervan storend voor wat jij belangrijk vindt?

Deze vierde vorm van discipline (en oplossing voor gevoelens van onmacht) leent Huijer van Hannah Arendt. Kenmerkend voor relationele discipline vindt zij:
-Geen verticale autoriteit
-Geen onzichtbare machtwerking
-Gebaseerd op wederzijdse beloften (en zo nodig vergeving).

Soevereiniteit (en discipline) komt tot stand in de gemeenschap, in het contact met anderen, via bepaalde gedeelde doelstellingen en de beloftes die daarbij van kracht zijn. Is de relationele, horizontale discipline daarmee een vorm van nudging? Nee, Het is een persoonlijke en maatschappelijke vraag discipline zo in te zetten dat we wat belangrijk en de moeite waard vinden horizontaal kunnen bereiken. Nudging kan wel onderdeel van de manier zijn.

Hoe implementeer je zoiets in de organisatie:
-Op alle niveaus tijd voor reflectie: wat maakt werk de moeite waard? Welke waarden, prioriteiten en grenzen? Blijft het werk ondertussen ook nog plezierig?
-Welke eenmaal gemaakte afspraken besteed je uit aan een autoriteit, zonder dat iets gefixeerd of top down wordt.
-Elkaar kwaliteiten gebruiken om discipline te organiseren, elkaar kritisch EN complimenteus aanspreken. Discipline is er omwille van de vrijheid (Foucault: Vrijheid is de vrijheid iets anders te doen).
Door de autoriteit ter discussie te stellen ontstaan er nieuwe autoriteit.
Verticale systemen vallen altijd, horizontale systemen brokkelen af.