“We laten ons transactioneel disciplineren zonder de relatie te bevragen.”
Expliciete regels vragen om discipline. Dit is te doen door de relatie of het hebben van een gezamenlijk doel/resultaat. Iets dat toetsbaar behaald kan worden. Het is moeilijk disciplinair te werken zonder dat een regel een duidelijk doel heeft en/of het niemand schaadt. We moeten ons in ons werk niet transactioneel laten disciplineren, maar een relatie aan gaan met de systeemwereld om deze te disciplineren vanuit onze eigen leefwereld. Discipline is een voortdurend proces met elkaar. Je moet het expliciet maken en steeds blijven spreken.
Vraag je af: Sta je achter de norm van een bedrijf?
We vallen snel terug in een “defensieve dienstverlening” en de neiging continu een nieuw systeem op te tuigen.
De mens tussen wie & wat: de politieke filosofie van het handelen – Laurens ten Kate
Decartes zag de mens als subject, meester van de natuur en de wereld. Kant had hier kritiek op en was hierdoor, volgens Arendt, een van de eerste politiek filosofen. Kierkegaard is geen systematicus zoals Kant en zijn voorgangers, zonder idealisme of 1 model waar alles in past. Het sprak Arendt aan dat Kierkegaart deze manier van denken los liet. Volgens Kierkegaart betekende dit dat je een religieuze sprong in het diepe moest nemen, Arendt maakte hier een politieke sprong van. Beide focussen daarmee op de concrete ervaring van iets doen. Handelen.
Arendt kreeg les van Heidegger. Ze hadden een relatie en bleven daarna ondanks verschillende politieke denkbeelden bevriend. Beide focuste ze zich op hoe de mens altijd onderdeel is vanuit de wereld. De mens is altijd op een plek waartoe die zich verhouden moet. Karl Jaspers volgt Heidegger als docent van Arendt op. Hij buigt zich over het vraagstuk; ‘Wat is handelen?’ en zo komt er via deze twee docenten steeds meer ‘verhouden tot de wereld’ in Arendts denken. Zijn is handelen.
De axiale tijd is een plek in de geschiedenis waar het humanisme in de cultuur ontstond door de breuk van de mensen met de goden, mythes en het lot. Een emanciperende beweging waardoor mensen er zowel alleen voor komen te staan als verantwoordelijk worden voor hun eigen handelen. Deze wending werd in gang gezet rond 406-405 voor Christus met de Bacchanten van Euripides. Een Griekse tragedie waarin een gevecht tussen de mensen en de goden ontstaat. De mensen verliezen in dit stuk nog maar het duurt niet lang meer voordat er stukken gemaakt worden waarin dit niet meer zo is.
Met de Axiale tijd in het achterhoofd schrijft Arendt haar proefschrift over Augustinus. In hem ziet zei in de kern een Humanist, ondanks zijn Christendom. Zij ziet hem vragen naar ‘de mens als vraag naar de mens (continue vragen naar jezelf)’, de liefde in zijn werk politiek opgevat.
Er zijn drie vormen van liefde in Augustinus werk
1. Amor/Eros = De zinnelijke instrumentele liefde in een wereld waar bevrediging centraal staat.
2. Caritas/Agapé = Liefde tot een transcendente god een neoplasme, weg van het verlangen naar een andere wereld.
3. Dilectio/Storgel = De liefde voor de wereld en medemensen in de wereld.
Volgens Arendt is liefde 3 het belangrijkst voor Augustinus al stelt hij dit nergens expliciet gaan zijn teksten immers over het waagstuk van de vraag wie we voor onszelf en de andere worden in dilectio. Alleen zo ontstaat een leefbare, liefdevolle wereld. Arendt breekt op deze manier het werk van een denker open op een manier waarvan de schrijver zelf misschien niet bewust was.
Na haar proefschrift verdwijnt Arendt (door de oorlog) en is klaar met de academische wereld en de filosofie. Deze hebben volgens haar de wereld van het handelen verwaarloosd. Dit triggert haar juist het handelen te gaan bestuderen. Ze zag al snel dat er handelen bestaat dat niet direct iets oplevert. Iets dat ontstaat puur uit liefde voor de wereld. Soevereiniteit tegenover instrumentaliteit. Ze schrijft uit de wens te willen begrijpen 24 jaar na haar proefschrift haar eerste boek over totalitarisme, de volledige disciplinering van het leven. Vijf jaar later volgt ‘De menselijke conditie‘, over wat het is om mens te zijn. In dit boek zit de tekst over handelen die in de literatuursamenvatting staat.
De vita comtemplativa heeft de Westerse wereld overgenomen. Arendt pleit voor de vita activa. Alles begint immers bij handelen, niemand kan enkel comtempleren. Zij differentieert drie vormen van activia.
1. Arbeid = prive gericht op overleven en functioneren, in een totalitaire staat is enkel hier ruimte voor.
2. Werk = resultaat gedreven met de focus op creëren van dingen die de natuur ons niet kan bieden en techniek. De mens als subject.
3. Handelen = wereld gericht door te verschijnen in de publieke ruimte en daar te spreken en te handelen gaat men voorbij de mens als subject.
Voorbeeld: Wandelen is handelen, lopen kan arbeid of werk zijn.
De laatste vorm van activia kreeg altijd weinig aandacht.
Politiek is voor Arendt handelen, een sprong nemen om samen iets te gaan doen, zonder dit te plannen dan wordt het economie en werk. Het eindstation moet los worden gelaten, dingen moeten kunnen gebeuren. Het in gang gezet worden van nieuwe dingen. Nataliteit. Het Neoliberalisme brak dit af. Alles werd vermarkt en de markt werd het doel van de politiek. Enkel de tweede en derde activia bleven over.
Handelen is als het Socratisch gesprek, niemand heeft de waarheid, je komt pas samen tot iets. Beloven en vertrouwen kunnen handelen stimuleren i.v.m. de onvoorspelbaarheid ervan. De sprong in het diepe heeft geen bedoeling of doel. Mensen handelen altijd maar we willen dit niet altijd zien. We moeten het handelen echter begrijpen (zonder er grip op te willen krijgen). Handelen gebeurt vrijer in de leefwereld.
Taal is volgens Arendt een huis waar we in wonen, geen middel.
Wil je dat iemand handelt? Of dat iemand werkt?