Samenvatting tweede les

Kan filosofie iets bijdragen aan een werkveld waar resultaat en tijdsdruk overheerst? Oftewel is er naast ego en materiele beloning ruimte voor het goede leven in werk? Wie het goede leven nastreeft in zijn werk zal zien dat het de rest kan verbeteren.

Meditatie word gezien als een goede manier om boven jezelf te staan/het grotere plaatje te zien.

Laat een gesprek niet vertroebelen en durf door te vragen.
Door vragen klein te houden kan iemand minder snel in algemeenheden praten.
Hou in de gaten of je een oplossingsgerichte, concreet of fundamenteel gesprek voert.

Aristoteles Deugdenethiek (Ethica Nicomachea) – 26 deugden waarmee we geboren worden. Het leven is vanuit deze deugden een praxis; een voortdurende oefening van het slijpen van je karakter. Je moet deugden ontwikkelen om geluk te kunnen vinden. Geluk (Eudaimonia) moet hierbij niet als iets Hedonistisch gezien worden maar als in ‘gelukt zijn’. Een mens is gelukt wanneer hij zijn deugden kan blijven slijpen.

Filosofisch dynamisch discussiëren is kijken of een advies dat je aan een ander gaf ook op je eigen casus/probleem van toepassing is.

Deugden zijn dispositie die een individu helpen het goede leven na te streven. Het goede leven is o.a. ook bij tegenslagen rationeel blijven.

Spinoza wilde enkel uitspraken doen die reëel waar zijn. Dit betekend echter niet dat hij enkel rationeel is. Hieronder volgt een uiteenzetting van zijn visies.

De mens & het universum
1. God en de wereld. De wereld is geen creatie van een god die buiten de wereld staat, maar is onderdeel van de wereld. God is zo net als wij onderdeel van de dezelfde substantie. Die substantie heeft geen geest en creëert dus ook niks met een specifiek doel. Om iets in de wereld bekijken moeten we dan ook niet kijken naar het doel maar naar de oorzaak van het ding dat we bekijken. Enkel zo vat je de essentie. Omdat mensen plannen maken denken zij dat alles een plan heeft.
2. De mens heeft hierdoor ook geen specifieke plek in de schepping. Ons bestaan heeft geen noodzaak. Je kan dan ook niet naar de mens kijken zoals deze zou moeten zijn, enkel hoe hij/zij/hen is. Hierdoor ontstond er na Spinoza’s tijd een theologisch debat rondom instellingen en gebruiken. De mens heeft door het scheppingsverhaal de neiging zichzelf centraal te zetten, terwijl wij helemaal niet zo belangrijk zijn. We zijn niet het hoogtepunt of centrum van de schepping. De mens overschat zichzelf. Tegelijk onderschatten we onszelf door de focus op de zonde en erfzonde, we zouden zondig en minderwaardig geboren zijn. Dit ettert nog steeds door in het heden. Denk transhumanisme, het antropoceen, etc.
3. De mens ziet zichzelf als los lichaam en geest maar deze zijn verbonden. De mens kent zichzelf hierdoor niet en wordt gedreven door zelfbehoud. Hoop en vrees komt hieruit voort. Dit zijn twee onzekerheden over de toekomst die op hun beurt weer effect hebben op je zelfkennis. Als het heel goed gaat ga je jezelf overschatten, als het slecht gaat onderschat je jezelf eerder. Dit is te voorkomen door goed zicht te hebben op oorzaak en gevolg en situaties te kunnen depersonaliseren.
4. De relatie tussen geest en lichaam zijn twee kanten van dezelfde munt. De toestand van het lichaam bepaalt de geest. Spinoza ging hiermee in tegen Decartes die vond dat het lichaam een machine was en de geest een ziel die enkel mensen hebben (zo ontzielde Decartes niet-menselijke dieren). Je hebt volgens Spinoza geen lichaam maar je bent je lichaam. Zorg hiervoor is belangrijk wil je een gezonde geest hebben. Dit slaat door wanneer er excessieve verlangens ontstaan (eerzucht, hebzucht, gretigheid en wellust). “Associaties met vroegere ervaringen bepalen huidige ervaringen, sympathie en empathie”. Daarnaast heeft de geest er een hekel aan zich zaken in te beelden die zijn vermogen en dat van het lichaam verminderen of beperken.
5. We hebben de neiging te oordelen over anderen vanuit onze eigen maatstaf hierdoor ondermijnen we pluriformiteit (terwijl we overleven door differentiatie) . Er bestaat niet zoiets als De Mens. Wie dat wel denkt schrijft automatisch mensen die niet aan deze essentie voldoen tekorten toe. Tegelijk proberen we te ontdekken wie wij zijn door ons met anderen te vergelijken. Volgens Spinoza levert dit zelden of nooit een antwoord op want wat de ander kan hoef jij helemaal niet te kunnen. Jouw opvoeding, context, etc. is anders en degene met wie jij je vergelijkt is een gecreëerd beeld van hoe jij diegene daardoor ziet.

Kracht versus macht
1. Potentia: Kracht als modus, deel van de natuur. Dit is singulier maar volledig aan verandering onderhevig.
2. Potestas: Macht van jou op andere en van andere op jou. De aanwezigheid van potestas is deels onvermijdelijk want we leven altijd in een politieke en/of sociale context. Potentia kan leiden onder andermans Potestas over jou.
Machtsgrepen bestaan zowel lichamelijk (gevangenschap) en geestelijk (angst, hoop gooien evenwichtigheid overhoop).
3. Droeve passies (haat, wraak, jaloezie, ressentiment, verontwaardiging en humorloos leedvermaak) ondermijnen potentia. Droeve passies zijn geen deugden of wijsheden. Hetzelfde geldt voor kwade geweten (nederigheid, zelfverachting, schaamte, schuld, medelijden, willen voldoen aan verwachtingen) het verschil met droeve passies is dat kwade geweten vast hangen aan de machtsstructuren binnen potestas.
Democratie is de beste vorm van samenleven omdat hierin het meeste rekening gehouden wordt met de balans tussen potentia en potestas. Dit is ook in het heden goed te merken. Wanneer dingen (landen, werkplekken, etc) technocratisch (een gecontroleerde en continu om verantwoording vragende houding) aangestuurd worden sijpelt er veel regie (en daarmee kracht) weg.

Moreel handelen
We zien het goede maar doen het slechtere omdat wij, aldus Spinoza, onze eigen motivaties en inzichten niet kennen. Moreel handelen kan volgens hem op twee manieren.
1. Actie: Als je naar redelijk inzicht weet wat je kan doen.
2. Aanvaarding: Als het niet in je macht ligt iets te veranderen, loslaten. Zonder last van het kwade geweten te krijgen. Lijden hoort overigens bij het leven, de mens is nu eenmaal beperkt.
Dit is een inschatting die je zelf moet maken naar aanleiding van jezelf en de wereld rondom jou. Hou er daarbij rekening mee dat de wijze nooit ter kwade trouw handelt. Vriendschap, moed en generositeit zijn hierbij blije passies.

Aanvaard pluraliteit. Mensen zijn elkaar en zichzelf tot last omdat ze willen dat andere dezelfde ideeën hebben, dezelfde smaken, dezelfde waarden.

Het gaat niet om wie je wil worden maar om een beeld te hebben van wie je kan worden. Alles begint bij zelfonderzoek.

Filosofie moet inslijten/in je lichaam komen.

De mens de het verst van de ethiek verwijderd is is de mens die zichzelf moreel superieur vind.