Samenvatting zesde les

Wat heb je in de hand?

Vrijheid = de taak om een eigen keuze te maken
1.     Welke keuze heb jij te maken in je werk? Waar ligt de regie en waar de verantwoordelijkheid?
2.     Wat zorgt ervoor dat je dit als jouw taak beschouwt?

Het esthetische en het ethische leven: vrijheid wordt pas daadwerkelijk als je in de buitenwereld iets opbouwt.
3.     Welke band ben jij aangegaan in je werk?
4.     Welke keuze heb je gemaakt om die verbinding te verwerkelijken (dwz concreet te maken)?
5.     Hoe vrij voel je je in deze verbinding?

De verhouding aangaan: je kunt de ‘twee-heid’ niet opheffen. Je hebt je ertoe te verhouden.
6.     Formuleer een twee-heid waarmee jouw werk je confronteert (en die je niet kunt opheffen). De balans tussen present zijn en jezelf niet te belangrijk te maken.
7.     Hoe kun jij de synthese van deze twee elementen aangaan in je werk?
8.     Verwacht je dat een synthese je vrij(er) zal maken in je werk? Zo ja, hoe?

Verlangen versus denken versus de wil
9.     Wat wil je in je werk?
10.  Met welk verlangen stemt dit in?
11.  Met welk denken botst dit? Of anders?

Wat is de essentie van jezelf?
Kan je een ander zijn essentie laten vinden?

Als iets je eigen probleem is, kan je er iets mee.

Op het moment dat je liefde hebt voor iets verlang je ernaar om iets te doen en heb je geen externe prikkels zoals complimentjes nodig.
Als je ergens geen energie voor nodig hebt kan dit een signaal zijn dat je hier liefde voor hebt.

Filosofie kan een elitair verhaal zijn, iemand die in een slachthuis of aan de lopende band werkt kan vaak niet over zijn/haar/hen essentie in het werk denken. Zij zitten in een ellendige (minder bewuste of minder luxe) situatie waarin zij niet tot zichzelf kunnen komen. Filosofie valt onder zelfontplooiing. De top van de piramide van Maslow. Het is belangrijk niet  van bovenaf te oordelen of de ander wel gelukkig kan zijn. Daarnaast kan hen niet opgelegd worden te moeten denken over hun essentie, maar uiteindelijk verhouden ook zij zich tot anderen waaruit vanzelf een essentie kan ontstaan. Jezelf vinden gebeurt in de verhouding of het je moeten verhouden tot andere/externe factoren.

Wie de luxe heeft zich te kunnen verdiepen heeft de morele plicht dit te doen. Je werkt hiermee namelijk niet zo zeer alleen aan jezelf maar aan de gemeenschap.

Verlangen kan er pas zijn wanneer je weet dat je iets niet hebt. Weet niet dat iets ‘er is’ dan kun je het niet willen. Het gene wat ‘is’ kan ook een fictie zijn.

Schoonheid is niet dat wat het mooiste is, maar dat waar jij schoonheid in ziet. Dat wat je (buiten het lichamelijke) wilt scheppen. Dat kan iets materieels zijn maar ook- bijvoorbeeld ‘het verschil willen maken in andermans leven’.

Verlangen is oké en een drijfveer, maar tevredenheid is in het hier en nu.

Het eeuwig herhalen van je liefde/passie maakt je hierin virtuoos.

Je kunt je pas verhouden tot iets als je het ook los kan laten.

Aanvaard alles en leg je nergens bij neer.

We zijn allen lid van het systeem natuur. Daarnaast zijn er nog andere systemen. Wij moeten ons hier vanuit vier deugden tot verhouden.
-Gerechtigheid: liefdadigheid, doel en focus
-Wijsheid: eerlijkheid, empathie en gemeenschap
-Discipline: geduld, doorzettingsvermogen en veerkracht
-moed: extreem eigenaarschap (jezelf alleen verantwoordelijk stellen voor iets), integriteit en actie

Dingen zijn niet gewoon wat het is. De Stoïcijn wilt weten waarom het zo is. Waar komen overtuigingen vandaan? Vaak zijn dit aannames, verwachtingen en emoties.

Alles heeft al in zich wat nodig is om goed te functioneren totdat ze uit hun natuur gehaald worden. Mensen hebben als drama dat ze goed zijn in systemen optuigen waarin zij zelf niet goed functioneren.

Dit geldt ook voor mensen. Burn-out / depressie is een gevolg van de situatie dat een mens in een systeem zit waarin hij/zij niet tot bloei kan komen. Mensen zijn goed in het maken van systemen waarbinnen zij niet goed kunnen functioneren. Waarom maken we die systemen? In de voorbeelden die hierna genoemd worden lijken angst en het behapbaar maken van ervaring chaos terugkerende reden om het systeem te willen veranderen. 

Ergens zijn wij onszelf als dier kwijt geraakt, wij zijn rationele dieren maar het streven naar dingen in een onnatuurlijk systeem leidt nooit tot voldoening.
De menselijke paradox is dat we de hele tijd streven naar dingen die niet goed voor ons zijn. We bouwen systemen met dingen die buiten onze macht liggen. We moeten ons alleen nog maar concentreren op wat wel in onze macht ligt. Wat in je macht ligt is niet het systeem, maar wel hoe jij in zo’n systeem zit. 

De stoïcijnen kennen geen grijstinten. Om ons goed te kunnen vormen moet we rechtlijnig denken. Je kunt iets niet ‘een beetje in je macht hebben’. Het is helemaal wel, of helemaal niet.
-Wat in onze macht ligt is: streven, vermijden, overtuigingen en impulsen. Dit omdat het bewegingen zijn waarbij je zelf iets kunt kiezen. Het gaat niet om wáar je naar streeft, maar dát je kunt streven. (NB impulsen komen voort uit overtuigingen) .
-Wat niet in onze macht ligt is: lichaam, bezit, reputatie en werk.
Gaan de stoïcijnen hierdoor voorbij aan dingen als nature en nurture? Nee door in te zien waar dit vandaan komt weet je dat je het kan veranderen.

Dankzij hun rechtlijnige denken zijn de Stoïcijnen makkelijk praktisch te maken. Het gaat er anno 2024 dan ook niet zeer om als de Stoïcijnen gelijk hadden, maar om je eigen denken te kunnen verhouden tot hun tweedeling.

De stoïcijnen willen zichzelf deze vragen stellen: 
1.Waar ben je? (In de kosmos/natuur)
2.Wat ben je? (Dit noemen de Stoïcijnen Prosochē, ofwel het innerlijk kompas, je morele kompas dat richting geeft aan je leven. Dat kompas is de kosmos zelf. Het is het goddelijke in ons gemanifesteerd. Je zet het aan door te gaan filosoferen. Als we filosoferen zijn we aan het zorgen voor het goddelijke in onszelf. Om de chaos in onszelf te beteugelen hebben we een eigen systeem nodig. Dat systeem is het filosoferen. )
3.Wie ben je ? (Deze gaat over streven, vermijden, impulsen en overtuigingen.)

Als je deze drie vragen kunt beantwoorden dan heb je een stap gemaakt naar zelfcoherentie. 

Hoe toets je overtuigingen zodat niet iedereen zijn eigen waarheid heeft? Dat kan door actief bezig te zijn met alles wat wij niet onder controle hebben (lichaam, bezit, reputatie en werk). Je hier tot te verhouden, om zo de zaken die wel binnen je controle liggen te oefenen en verbeteren. Hoe moet je omgaan met de lastige situaties die op je pad komen? 

De Stoïcijnse Weg is:
Benader de situatie op een objectieve manier. Onderzoek vanuit welke intentie een ander handelt. Zet die ander in als hulpmiddel om jouw innerlijk kompas te verbeteren. 

Marcus Aurelius zegt: “Alleen als iemand anders mij slechte dingen kan laten doen dan schaad ik mezelf. Want dan verslechtert mijn innerlijk kompas. Mijn doel is om connectie te houden met de mensen om me heen.”

Oefening
-Zoek in gedachten iemand die je belemmert in je werk.
-Oordeel niet zoals degene die je krenkt of zoals diegene wilt dat je oordeelt, maar kijk hoe de dingen werkelijk zijn. Laat het oordeel van de ander je gedrag niet bepalen. Kortom wat gebeurde er feitelijk?
-Probeer toegang te krijgen tot ieders innerlijk kompas, gun de ander ook toegang tot de jouwe. Iedereen doet wat hij/zij/hen goed dunkt. Probeer andermans drijfveer te vinden.
-Want het denken verandert alles wat een handeling in de weg staat en wendt het aan voor zijn eigen doel. Wat een obstakel was bij het werk, wordt een hulpmiddel en wat je verhinderde een bepaalde weg in te slaan wordt een richtingswijzer. Wat je in de weg staat wijst naar je overtuigingen waarmee je aan de slag kan om zelf een beter mens te worden.